WW 2: UDL (Universal Design For Learning), een andere bril? (A)
Luc Bosman en Stéphanie Van Eyen, pedagogisch begeleiders regio Mechelen-Brussel.
Het M-decreet zet scholen aan om een zorgvisie uit te bouwen vertrekkend vanuit het Zorgcontinuüm. Wat doen we aan zorg voor alle leerlingen? Met zorg bedoelen we: het leren, het welbevinden en de schoolloopbaan.
De brede basiszorg op de klasvloer is in dit Zorgcontinuüm het werkterrein bij uitstek voor de leerkracht. De leerkracht is de spilfiguur in het dagelijks werken rond leren en welbevinden.
UDL omschrijft wat leren is vanuit wetenschappelijke basis. Betrokkenheid is het eerste uitgangspunt. UDL is echter heel ruim, het is een kader met richtlijnen en principes die een handleiding bieden om effectief les te geven.
UDL zet in op leerwinst voor alle leerlingen door van bij het ontwerp van de les mogelijke barrières of belemmeringen weg te werken en door doelgericht en met de evaluatie voor ogen leerstof aan te bieden op de meest verscheiden manier. Het is de ideale manier om de redelijke aanpassingen achteraf te beperken tot een minimum door vooraf maximaal in te zetten op de diversiteit van leren.
Deze werkwinkel geeft inzicht in het verloop van het leren vertrekkend vanuit diversiteit. Er is plaats voor reflectie rond de toepassing op de klasvloer. Om effectief leren te stimuleren, is deze werkwinkel interactief opgevat.
WW 3: Brede basiszorg bekeken door de bril van krachtige leeromgeving en UDL.(K+L)
Linda De Cuyper en Joke Boeckx, pedagogisch begeleiders regio Mechelen-Brussel
Wat is brede basiszorg en hoe maak je het zichtbaar? Vanuit twee kaders, nl. het kader van krachtige leeromgeving en het kader van Universal Design for Learning (UDL) maken we brede basiszorg concreet. We diepen beide kaders uit en linken ze aan elkaar. We doorlopen een werkvorm waarmee je met je team je eigen brede basiszorg, via de principes van krachtige leeromgeving, in beeld kan brengen en vervolgens registreren. Ten slotte verduidelijken we UDL aan de hand van enkele casussen.
WW 5: Geheimen in (prenten)boeken! Ben jij visueel geletterd? (K+L)
Daniëlle Daniëls, navormer leesbevordering en taalvaardigheid, met zelf ook veel ervaring in het onderwijs als onderwijzeres, boekenjuf, remedial teacher en procesbegeleider van kinderen met leesproblemen.
Heel wat leerkrachten gebruiken prentenboeken, maar zien de geheimen in de prentenboeken niet. De illustrator verstopt bewust informatie in het boek. Beeldtaal lezen moet je leren! Wil jij een blikopener om de hedendaagse prentenboeken diepgaand te gebruiken in de school? Word jij graag verwonderd en verwonder jij graag de kinderen en de leerkrachten? Schrijf je dan in voor deze sessie.
WW 6: Een blik door de sterrenkijker naar je team: redelijke aanpassingen. (A)
Greet Vanhove, pedagogisch begeleider Dienst lerenden.
Vertrekkend vanuit het M-decreet bekijken we het inschrijvingsrecht en het recht op redelijke aanpassingen.
Wat doe je met de inschrijvingsvraag voor een leerling met een verslag dat toegang geeft tot het buitengewoon onderwijs?
Welke stappen moet je als school zetten? Hoe verzamel je informatie? Wat is de rol van het CLB? Hoe bepaal je wat redelijk is? Welke criteria moet je hanteren? Hoe en met wie doe je dit? Wat met een ingeschreven leerling waarvan de noden wijzigen?
Aansluitend op dit hele pak informatie maken we in groepjes een oefening rond de afweging van de aanpassingen aan de hand van een casus.
De deelnemers brengen hiervoor een anonieme casus uit eigen school mee.
Tot slot luisteren we naar elkaars suggesties: Hoe ga ik hiermee aan de slag gaan binnen ons schoolteam? Hoe sluit dit aan bij de zorgvisie en het zorgbeleid binnen onze school?
WW 7: Zijn we "goed" bezig? Kijken door de bril van kwaliteitsontwikkeling (K+L)
Annick Keunen, André Mans en Antonio Cristiano, pedagogisch begeleiders regio Mechelen-Brussel.
“Elke instelling onderzoekt en bewaakt op systematische wijze haar eigen kwaliteit. Zij kiest zelf de wijze waarop ze dit doet”, lezen we in het decreet. Mooi, maar hoe begin je daar dan aan? En… zijn we tevreden met het “onderzoeken en bewaken” van de kwaliteit?
Tijdens deze sessie willen we jullie meenemen in het verhaal van kwaliteitsontwikkeling. Hoe maken we van onze school voortdurend een nog betere school? We laten je kennismaken met een ruim palet aan manieren om aan kwaliteitsontwikkeling te doen. Op deze manier willen we jou de gelegenheid geven om na te gaan welke manier het best aansluit bij (de noden van) jouw school zodat we hier gericht op kunnen inspelen.
Wij stellen jullie onder andere twee zelfevaluatie-instrumenten voor : SION en TRIS.
Het schooldiagnose-instrument SION (School In ONtwikkeling) is gebaseerd op een digitale vragenlijst, die aansluit bij de opdrachten van het Katholiek Onderwijs Vlaanderen. Door gesprekken krijgen we stilaan beter zicht op de sterktes en zwaktes van de school. Het proces van SION verloopt chronologisch en stapsgewijs o.l.v. de SION-en ankerbegeleider.
Het zelfevaluatie-instrument TRIS, dat gebaseerd is op het EFQM-model, is bedoeld om in een sfeer van vertrouwen de eigen schoolwerking op een waarderende manier te evalueren. Samen besteden we aandacht aan zowel reeds bereikte ‘resultaten’ als aan de processen die gelden als ‘voorwaarden’ om tot die resultaten te komen. Het TRIS-onderzoek gebeurt o.l.v. daartoe opgeleide TRIS-begeleiders.
De bedoeling van beide instrumenten is om op basis van zelfevaluatie verbeterpunten te bepalen en verbeteracties op te zetten.
WW 10: Ik zie, ik zie wat jij niet ziet: beschouwen van kunst door een andere bril.(K+L)
Gabriella De Francesco, nascholer bij Katholiek Onderwijs Vlaanderen
Het beschouwen van kunst is een belangrijk aspect van de muzische vorming doorheen het basisonderwijs. Als leerkracht zorgt je er mee voor dat je klas in contact komt met kunst en cultuur. Leerkrachten moeten kinderen begeleiden om nieuwsgierig en gericht te leren kijken en luisteren. In deze sessie bekijken we verschillende soorten kunstvormen, om er enkele praktische inzichten rond beschouwen op toe te passen. We maken gebruik van bouwstenen, werkvormen en van enkele vaste stappen om beschouwgesprekken- en oefeningen aan vast te haken.
WW 11: Co & co samen voor de klas: een meerwaarde? (K+L)
Annemie Jennes, stafmedewerker Dienst Lerenden, Katholiek Onderwijs Vlaanderen.
In het pilootproject ‘samen sterker op de klasvloer’ met middelen van de prewaarborgregeling trekken we resoluut de kaart van ‘co-teaching’. Co-teaching gebruiken we hier in de context van inclusief onderwijs waarbij een leerkracht gewoon basisonderwijs en een personeelslid uit het buitengewoon basisonderwijs samen een co-team vormen. Ze staan gedurende twee à vier dagen per week als gelijkwaardige partners samen voor de klas. Dit wil zeggen: samen lessen of activiteiten voorbereiden, uitvoeren, evalueren en bijsturen,rekeninghoudendmet de aanwezige specifieke onderwijsbehoeften en zorgvragen van leerlingen. Geen evidente klus! Een leerkracht gewoon onderwijs kan immers niet alleen met een leerkracht uit het buitengewoon basisonderwijs ‘co-teachen’, maar ook met een orthopedagoog, psycholoog, logopedist, kinesist of ergotherapeut… Hoe krijgt co-teaching in dit project vorm? Bestaan er verschillende vormen van co-teaching? Welke zijn de meest efficiënte? Hoe ervaren de betrokken leerkrachten en paramedici dit? Hoe kijken de begeleiders competentieontwikkeling die het pilootproject begeleiden hier naar? En de leerlingen… ? Op 1/9/2015 zijn een 80-tal co-teams in dit pilootproject aan de slag gegaan. De hamvraag is: “is co-teaching een hefboom naar meer en kwaliteitsvol inclusief onderwijs?” Hoe kijkt u ernaar? Ook iets voor jouw school?
WW 14: ‘Spreken en luisteren vanuit het hart – verbindend en geweldloos communiceren’ (L)
Hedwig Berghmans, inspectie-begeleiding r.k.-godsdienst, coördinator.
Conflicten raken moeilijk opgelost omdat de verschillende partijen steeds in een “meerdere” of “mindere” positie terecht komen.
“Spreken en luisteren vanuit het hart” nodigt uit met een andere bril naar conflicten te kijken. Er is geen sprake van “gelijk” of “ongelijk”. We gaan elkaar niet beoordelen of veroordelen, maar we gaan wel vertellen hoe wij ons voelen en wat we nodig hebben. Op basis van deze gevoelens en behoeften gaan we een duidelijk verzoek formuleren, zonder eisend te zijn. Uitgangspunt voor dit alles is een objectievewaarneming, als een camera, waarbij we de ander niet beschuldigen of veroordelen.
Deze wijze van spreken is gebaseerd op het model van Geweldloze Communicatie van Marshall Rosenberg. Tijdens de sessie maken de deelnemers tevens kennis met twee dieren die symbool staan voor Geweldloze Communicatie (giraf en jakhals) en oefenen ze op twee ‘hinkelpaden’ die kinderen op een speelse wijze vaardig maken om te spreken vanuit hun hart en empathisch te luisteren.
WW 19: Hoe kunnen BaO en BuO samen focussen op alle kinderen? (A)
Wouter Jaecques en Guy Hannsens, pedagogisch begeleiders regio Mechelen-Brussel.
In deze werkwinkel gaan we samen op zoek naar antwoorden op deze vraag:
“Hoe kunnen BaO en BuO samen focussen op alle kinderen?”
Verwacht dus geen pasklare recepten, maar voel je uitgedaagd om mee te denken en te dromen!
WW 25: De directeur kijkt naar 50 tinten! (A)
Herman Frooninckx
In dit seminarie kijken we naar de diversiteit op onze school, misschien door een kleurenbril? Onze school is de wereld in het klein. We zien de vele schakeringen van een samenleving met vele verschillen tussen mensen. Jongens en meisjes, jong en oud, andersgelovigen en ongelovigen, gekleurde kinderen van de tweede of derde generatie en vluchtelingen uit oorlogsgebieden. Hoe gaan we daar mee om? Hoe ervaren we die verschillen? Zijn we bang, of ongerust? Is het een bedreiging, nog maar een extra complicatie, of zit er ook een kans in?
In dit seminarie bieden we een aantal kaders rond diversiteit en intercultureel denken. We denken na over onze waarden, onze (veranderende?)identiteit. We staan stil bij mogelijke handvaten om met dit belangrijke (onomkeerbare) gegeven op een krachtige manier om te gaan.
De workshop wil niet overtuigen, maar het gesprek openen. De emoties die dit onderwerp op een school/ bij een directeur losmaakt, worden geduid. Omgaan met diversiteit benaderen we dan ook als een groeiproces. Door die bril kijken we.
WW 26: Wijs met woorden en begrippen in de kleuterschool (K)
Bart Mertens , pedagogisch begeleider regio Mechelen-Brussel.
Wie af en toe eens een doorlichtingsverslag doorneemt waarbij de focus op taal ligt, ontdekt al vlug een reeks van confronterende uitspraken rond themataal, school- en instructietaal. De indruk dat we woordenlijsten moeten aanleggen rond thema’s of expliciet aan woordenschatselectie moeten doen, groeit met grote ongerustheid. De spanning tussen impliciet en expliciet woordenschatonderwijs neemt toe en heel wat kleuterscholen raken onzeker in hun didactische aanpak.
Hoog tijd om onderzoek hieromtrent te overschouwen en vandaaruit te proberen om realistische oplossingen voor te stellen. Aan de hand van het onderzoek van Helena Taelman, gaan we eerst woordenschatonderwijs plaatsen in het grote verhaal van taalvaardigheid. Vervolgens proberen we inzicht te krijgen in hoe jonge kinderen woorden opbouwen. Nadien koppelen we deze inzichten aan verscheidene mogelijke acties voor jullie kleuterschool. Als slot tonen we aan dat de geleverde inspanningen rond woordenschatonderwijs slechts zinvol zijn, als ze ook gekaderd zijn binnen een taalbeleid. Daarvoor reiken we via dropbox de nodige documenten en tools aan, om je kleuterschool een geruststellende didactiek te laten ontwikkelen. Gefocust op woordenschat, zetten we op het einde toch de andere bril op om taal breed genoeg te overschouwen!
WW 27: Van ‘Hier spreekt men Nederlands!’ naar positief omgaan met meertaligheid op school (L)
Yvan Ameye, Katleen Koopmans en Ingrid Schoofs, pedagogisch (taal)begeleiders regio Mechelen-Brussel.
Schiet je in een kramp als je het woord meertaligheid hoort of roept dit positieve connotaties op aan een rijkdom aan mogelijke contacten?
Is meertaligheid een troef of is het een obstakel om Nederlands te leren?
Steeds meer kinderen spreken thuis een andere taal dan het Nederlands. Hoe kunnen we hier best mee omgaan zodat kinderen vlot het Nederlands verwerven als taal op school? Op deze vraag wordt dieper ingegaan in deze workshop en er worden 10 vuistregels besproken.
Onderzoekers wijzen op het belang van een goed ontwikkelde moedertaal als basis voor het leren van een tweede taal. Als kinderen op school impulsen krijgen om hun moedertaal verder te ontwikkelen, levert dit winst voor de taalontwikkeling Nederlands.
Het positief omgaan met diversiteit omvat ook het positief omgaan met meertaligheid. Het erkennen van de culturele en talige achtergrond van kinderen verhoogt het welbevinden en de betrokkenheid. Positieve aandacht voor de thuistalen van kinderen op school wordt een hefboom voor het leren van het Nederlands als tweede taal.
WW 29: Zij zijn zo lief… door een andere bril! (K+L)
Gerda Geenens en Bart De Wilde, pedagogisch begeleiders regio Gent.
Wat is moeilijk gedrag…
…en waarom is het soms zo hardnekkig?
Hebben kinderen wel altijd (gedrags)problemen…
…of bezitten ze bepaalde vaardigheden nog niet?
Wat zijn de spelregels voor een doordachte aanpak?
We bouwen in deze sessie aan een constructieve, doordachte manier van kijken naar en omgaan met kinderen met moeilijk gedrag.
We zoemen ook in op een aantal –bekende- methodieken die pas efficiënt zijn wanneer ze correct gehanteerd worden.
We werken vanuit concrete voorbeelden in functie van de directe schoolpraktijk.
WW 30: Preventief omgaan met probleemgedrag in de school (A)
Albert Janssens
Steeds meer scholen krijgen te maken met kinderen die probleemgedrag stellen en zoeken antwoorden om hiermee beter te kunnen omgaan.
Een eerste vraag die moet leiden naar een goede oplossing is waarom kinderen dit gedrag stellen. Gaat het echt om probleemgedrag of eerder om ‘onaangepast schoolgedrag’? In een eerste deel van de werkwinkel staan we stil bij deze vraag.
In een tweede deel wordt ingegaan op de vijf pijlers van G. Patterson. Zij zijn de handvatten die leiden naar een preventieve aanpak en zorgen voor duidelijkheid en warmte in de omgang met de kinderen.
Tot slot leren we vanuit de preventiepiramide van J. Deklerck kijken naar onze eigen school en zoeken we de verbinding met Patterson’s pijlers.
Het doel van de werkwinkel is de deelnemers concreet bruikbaar materiaal aan te reiken om een schoolanalyse te kunnen maken m.b.t. de wijze waarop de school preventief omgaat met kinderen die moeilijk gedrag stellen.
WW 31: Samen sterk in gezag! (A)
Hilaire Dolfeyn
“In de klas lukt het meestal wel”, zeggen leerkrachten. Er is rust en structuur, er is de dagelijkse routine: de (meeste) kinderen doen wat van hen gevraagd wordt. “Op de speelplaats en andere schoolplekken is de rust en structuur anders. Kinderen voelen dat en hun gedrag ontspoort makkelijker”, benadrukken andere leerkrachten.
Leerkrachten voelen zich in de aanpak vanprobleemgedrag gekneld tussen twee uitersten: enerzijds is er dreigen, straffen, uitsluiten… anderzijds wordt er ook verwacht dat ze praten met kinderen en begrip opbrengen: een moeilijk evenwicht, vaak een dilemma. Beide praktijken gaan hand in hand en kunnen allebei tot escalatie, onmacht en/of tegenagressie leiden.
Vanuit dit dilemma ontwikkelde Haim Omer (Israël) “Nieuwe Autoriteit en Geweldloos Verzet”: een denk- en handelingskader. Een nieuwe invulling en versterking van de gezagspositie op school. Een werkbaar alternatief. NA/GV is een aanpak die staat voor aanwezigheid, zelfcontrole, vermijdenvan escalatie, uitbouwen van steunnetwerk en eenzijdige acties, altijd in contact en verbinding met de betrokken leerling(en) én ouders.
NA/GV wil aansluiten bij de invulling van gezag en autoriteit die vele scholen en teams reeds ingezet hebben en NA/GV voegt ook iets toe…daar waar schoolteams dreigen vast te lopen en op te geven. We reiken handvatten aan die merkbaar verschil kunnen maken voor de leerkracht, het team en alle volwassenen op school. Daarom net is NA/GV een krachtig alternatief bij onmacht en handelingsverlegenheid.
WW 32:Oppoetsen van mijn eigen bril; verkenning van mijn persoonlijk interpretatiekader in het begeleiden van leerkrachten (A)
Karel Binon, projectcoördinator ProfS
Ons ‘persoonlijk interpretatiekader’ (Geert Kelchtermans) is de bril van waaruit we naar anderen kijken, hoe we ze in hun werk zien, wat we belangrijk vinden in opvoeding en onderwijs. In deze sessie staan we stil bij onze kijk op ons professioneel zelfverstaan: onze kijk op onze taak, ons zelfbeeld en zelfwaardegevoel, onze beroepsmotivatie, ons toekomstperspectief en bij ons subjectieve onderwijstheorie: wat we ervaren hebben wat werkt of niet werkt in de klas. In kleine groepjes wisselen we onze verkennning uit. We staan stil bij hoe we onze leerkrachten begeleiden en hoe we omgaan met verschil en gelijkenis in hun persoonlijk interpretatiekader. Het omgaan met persoonlijk interpretatiekader van onze teamleden is een essentiëel gegeven in onderwijskundig leiderschap én bij het introduceren van innovaties.
In deze sessie worden groepsreflectiemomenten afgewisseld met input van info.