Aanmelden




Laden…

Even geduld...

WW1: LEERKRACHTEN COACHEN, HOE?

Karina Verhoeven, vormingswerker en coach.

 DEZE WERKWINKEL BESTAAT UIT 2 DELEN.  DEEL 1 OP DONDERDAGVOORMIDDAG VAN 10.30 – 13.00 u. en DEEL 2 OP DONDERDAGNAMIDDAG VAN 14.30 – 17.00 u.

JE KAN ALLEEN BEIDE DELEN SAMEN VOLGEN.

 Is het jouw opdracht om leerkrachten te coachen?

Wil jij dat leerkrachten zelf inzien wat nodig is in hun ontwikkeling en er ook de verantwoordelijkheid zelf voor oppakken?

Dan betekent dit dat je weet dat jij dat niet kan opdringen of oplossen voor hen. Maar wel, dat je hen kan stimuleren zodat zij hun verantwoordelijkheid opnemen. Coaching is hiertoe immers een gegarandeerde en bewezen begeleidingsmethodiek. Ben jij hiervan overtuigd? Dan biedt deze werkwinkel voor jou steun en verdieping.

Deze werkwinkel geeft:

 -        inzicht in wat coaching écht is;

-        structuur in het proces van coaching;

-        feedback over jouw manier van coachen;

-        verdiepende coachingstechnieken.

 De werkwinkel geeft geen:

-        bespreking van casussen of oplossing van persoonlijke problemen;

-        inzicht in het coachen bij weerstanden;

-        inzicht in het opstellen van coachingscontracten;

-        alternatieve coachingstechnieken;

-        attest als coach.

 

WW3: REDELIJKE AANPASSINGEN, BREED EVALUEREN, GETUIGSCHRIFT BASISONDERWIJS EN HET ‘NIEUWE’ GETUIGSCHRIFT. 

Greet Vanhove, pedagogisch begeleider Katholiek Onderwijs Vlaanderen.

Deze werkwinkel is grotendeels herhaling van ‘Een koffer vol redelijke aanpassingen en een getuigschrift’.

Wat is nieuw? De regelgeving voor het ‘nieuwe’ getuigschrift voor de leerlingen die geen getuigschrift basisonderwijs behalen.

Wat is herhaling van vorige zorg2daagse?

- het uitklaren van de terminologie redelijke aanpassingen (RA), gemeenschappelijk curriculum (GC) en individueel aangepast curriculum (IAC);

- mogelijkheden van breed evalueren conform het vademecum zorg en  ZiLL;

- het uitreiken van het getuigschrift basisonderwijs;

- continuering van zorg naar het secundair onderwijs.

 

 WW8: LEREN LEREN.

Kaat Timmerman, zelfstandig pedagoge en auteur van o.a. ‘Kinderen met aandachts- en werkhoudingsproblemen’.

 Bij het uitvoeren van een opdracht hebben leerlingen een zekere werkhouding nodig. Meestal gaan zij op een andere manier te werk dan wij verwachten en komen ze op die manier niet altijd tot de goede oplossing. Ofwel komen ze er wel, maar hebben zij niets geleerd naar een volgende opdracht toe.

Om werkhouding te begeleiden neem ik de vier fasen (beertjes) van Meichenbaum als basis.

In deze werkwinkel ga ik stap voor stap doorheen deze methode en kunnen leerkrachten via de oefeningen concreet ondervinden hoe het werkt.

  

WW9: EHBOO – EERSTE HULP BIJ OMGAAN MET OUDERS.

Klaar Hammenecker, kinderpsychologe en bemiddelaar.

 Waarom kunnen ouders zo moeilijk herkennen wat moeilijk is bij of voor hun kind?  Waarom lijken zij blind en doof voor onze goede bedoelingen als we hen aanspreken over hun kinderen?  En waarom zijn de kinderen zo gevoelig voor opmerkingen of uitspraken over hun thuissituatie, ook al zijn deze waar?

We vertrekken van een theoretisch kader dat de unieke relatie tussen ouders en hun kinderen begrijpbaar maakt. Geholpen door de ‘poppentaal’ krijgen we inzicht in ons eigen leven en de invloed daarvan op onze rol als juf of meester.

Met deze inzichten als leidraad zoeken we vervolgens naar een goede manier van omgaan met ouders waarbij we rekening houden met die unieke relatie.

We overlopen verschilllende aspecten : van inschrijving tot afstuderen, van informele babbel tot het brengen van slecht nieuws.  Ook het bijzondere van gescheiden ouders en/of nieuw-samengestelde gezinnen komt aan bod.  Aan de hand van uw vragen en  voorbeelden geven we concrete tips.

  

WW10: WAT WERKT ER IN BINNENKLASDIFFERENTIATIE? TIPS EN TECHNIEKEN VOOR EEN GOEDE LES.

Henk De Reviere, pedagogisch begeleider Katholiek Onderwijs Vlaanderen.

 Deze werkwinkel is een vervolg op de werkwinkel “Elke leerling kampioen? Wat werkt in de klas?” Een voorkennis van de 49 technieken van Doug Lemov is dus een meerwaarde om te volgen.

Een ordelijke, gestructureerde leeromgeving is een voorwaarde voor leren en differentiëren. Leerkrachten die lesgeven in een klas met 20 tot 30 kinderen worden dagelijks geconfronteerd met het nut van structuur, orde en rust in de klas. Is de klas op “orde”, dan pas ontstaat er ruimte voor bv. differentiatie. M.a.w. als er geen goed klasmanagement is dan komt een leerkracht niet tot differentiëren. Voor een goed klasmanagement moet de leerkracht beschikken over een gereedschapskist met technieken. M.a.w. de leerkracht moet fijne kneepjes onder de knie hebben om op een goede manier les te kunnen geven.

We praten in het onderwijs vaak over het omgaan met verschillen. Het belangrijkste verschil tussen leerlingen is de tijd die ze nodig hebben om het lesdoel te bereiken. Sommige leerlingen hebben meer instructie, begeleide inoefening en voorbeelden nodig om zich de stof eigen te maken. Daarom maken we kennis met het EDI – model (= Expliciete Directe Instructie) en enkele technieken die in iedere fase van dit organisatiemodel ingezet kunnen worden. (Doelgroep: zoco’s/zorgjuf lager onderwijs)

  

WW11: ZINVOLLE STRAFFEN EN KRACHTIGE BELONINGSSYSTEMEN!

Karin Genijn, vertrouwensleerkracht en psychotherapeut Cocon&Cocoon.

 Nu het M-decreet in voege is, krijgen we meer te maken met kinderen die een speciale aanpak nodig hebben. Vooral op gedragsniveau zitten we soms met de handen in het haar. Spreker van dienst deelt haar jarenlange ervaring in gedragsondersteuning met de cursisten. Eerst krijgen we tips en tricks rond het opstellen van een goed beloningssysteem. Daarna gaan we zelf aan de slag met enkele casussen om het in de vingers te krijgen. Soms echter volstaat het beloningssysteem niet om het gedrag te doen keren. Wanneer straffen toch nodig zouden blijken, dan leren we alvast hoe we die eerlijk en zinvol geven. Ook hier gaan we aan de slag met concreet materiaal.

  

WW12: IK KAN HET NIET ZO FIJN!

Marc Litière, systeemtherapeut in de psychomotoriek.

 Fijne motoriek is een ruim en complex begrip. Als we zeggen dat kinderen moeilijkheden hebben met fijne motoriek, moeten we duidelijk weten wat er nu juist aan de hand is. Een zwakke fijne motoriek heeft een grote invloed op het schools functioneren en er kunnen dan moeilijkheden ontstaan bij schrijven, rekenen, tekenen, inkleuren en knutselen. Zowel in de kleuterklas als in de lagere school neemt fijnmotorisch werken een belangrijke plaats in en als kinderen hier problemen mee hebben, zien we soms ontwijkingsgedrag en faalangst ontstaan. Op deze manier kunnen kinderen in een vicieuze cirkel terecht komen: ik kan dat niet, ik doe dat niet, ik leer niet bij, ik kan dat niet…

Tijdens deze werkwinkel wordt er een antwoord gegeven op volgende vragen:

- Wat verstaan we onder fijne motoriek?

- Wat is manuele vaardigheid, visuomotoriek, grafomotoriek, schrijfmotoriek?

- Waarom is het belangrijk dat kinderen tekenen en kleuren?

- Wat is ooghandcoördinatie?

- Hoe leren we het tekenen best aan?

- Hoe leren we een kind puzzelen?

- Waarom doen we voorbereidende schrijfmotorische krullen en hoe komen we tot een goede schrijfmethode?

- Wat gebeurt er als geld en gemakzucht primeren op kindvriendelijkheid?

- Waarom zijn schuine lijnen zo moeilijk voor kleuters en hoe kunnen we dit aanleren?

- Wanneer beginnen we met het oefenen van de fijne motoriek?

- Waarom is ook grootmotorisch oefenen belangrijk?

- Fijne motoriek en concentratie?

- Fijne motoriek en ruimtelijke oriëntatie?

- Waarom zijn er tegenwoordig meer kinderen met fijnmotorische moeilijkheden?

- Waarom zijn er meer problemen met schoolrijpheid?

- Wat kunnen we hieraan veranderen als ouders, leerkracht, school?

- Welke activiteiten zijn belangrijk om kinderen te stimuleren en optimaal te doen ontwikkelen?

  

WW13: FARO PROJECT: een eerste aanzet van implementatie van geweldloos verzet binnen een schoolcontext.

Melissa Peeters, Lore Neeskens, Goedele Maes en Anneleen Duquet, CLB-medewerkers Pieter Breughel.

 De visie is mooi in theorie, maar hoe kan je dit implementeren in de praktijk?

Welke voorwaarden zijn noodzakelijk om geweldloos verzet te implementeren in de school? Welke meerwaarde heeft de methodiek voor de school, ouders, leerlingen,… en welke valkuilen zijn we tegengekomen op onze weg?

Via concrete tools, voorbeelden van good practices en ervaringen van scholen brengen we een antwoord op bovenstaande vragen.

 

WW14: AAN DE SLAG MET EEN VERSLAG!

Stéphanie Van Eyen en Luc Bosman, pedagogisch begeleiders competentieontwikkeling Katholiek Onderwijs Vlaanderen.

 Goed onderwijs  bieden voor leerlingen met een verslag, stelt ons voor een boeiende uitdaging. In deze werkwinkel onderzoeken we hoe we stapsgewijs de juiste weg bewandelen. Eerst bekijken we wat een IAC binnen de regelgeving (onderwijsdecreet 27) impliceert. Daarnaast ontdekken we hoe we dit in de praktijk kunnen brengen. We maken graag ruimte voor reflectie en interactie.

  

WW17: VAN BASIS NAAR B-STROOM? HET ABC VAN DE B-STROOM.

Gerd Van Ael en Tom Debraekeleer, pedagogisch begeleiders Katholiek Onderwijs Vlaanderen

 De meeste leerlingen die vanuit het basisonderwijs de overstap naar het secundair maken, stromen door naar de A-stroom. Sommige leerlingen volgen een andere weg en maken de sprong naar de B-stroom.

Een sprong in het onbekende, want wat gebeurt daar allemaal in die B-stroom? Wat maakt de B-stroom anders dan de A-stroom? Hoe worden leerlingen daar begeleid? Wat is de meerwaarde voor een leerling die het wat moeilijker heeft om naar de B-stroom te gaan? Aan welke voorwaarden moet je voldoen om aan de B-stroom te beginnen? Welke talenten kunnen leerlingen verder ontwikkelen in de B-stroom? En welke kansen krijgen leerlingen na de B-stroom?  Hoe kunnen we deze leerlingen en hun ouders best voorbereiden op de B-stroom, hoe kunnen we onze afweging om deze leerling naar de B-stroom te oriënteren zo goed mogelijk onderbouwen? 

Allemaal vragen die belangrijk zijn als je een leerling op weg zet om in het secundair onderwijs naar de B-stroom te gaan. Vragen waarop wij een antwoord proberen te bieden.

Tot slot voorzien we een (onzekere) blik op de toekomst: waar gaat het met de B-stroom naartoe in de hervorming van het secundair onderwijs?

 

Rondetafelgesprek 1: collegiale consultatie over volgende zorgthema's:

- Hoe een effectief en efficiënt MDO organiseren?

- Hoe installeren we een echt pestbeleid op school?

  

Rondetafelgesprek 3: collegiale consultatie over volgende zorgthema's:

- Hoe werk ik een goed huiswerkbeleid uit in mijn school?

- Wat doen we met weglopers op school?  En hoe gaan we om met fysieke interventies van leerkrachten?

 

Rondetafelgesprek 4: collegiale consultatie over volgende zorgthema's:

- Hoe pakken we radicalisering aan op school?

- Hoe gaan we positief om met weerstanden van ouders en leerkrachten?